De oorsprong van het gebied rond het Kasteel van Wouw is terug te vinden in de -le en -laar
naamgeving van de plaatsen aldaar. -Le en -laar betekenen open plek in het woud. Naast Heerle
kennen we in dit gebied de Hazelaar, Oostelaar, Westelaar, Zuivelaar en het Laar (de oude naam van
het Wouwse marktplein). Maar het woud komt het meest naar voren in de naam Wouw wat letterlijk Woud
betekent. Het Wouwse woud werd van noord naar zuid doorkruist door beken met daarlangs paden.
Ten westen van Heerle door de Running, tussen Wouw en Heerle door de Oud beek en de Smalle beek
en ten oosten van Wouw door de beek het Loopje. De versterkte hoeve Altena aan de Running
verwijst naar Huoltena wat hout rivier betekent. De smalle beek was de grootste beek en liep
helemaal door tot Wouwse Plantage.
Dit gebied werd al heel vroeg bezocht. De oudste
vondsten dateren uit het neolithicum en zijn 5000 jaar
oud! Naast Romeinse en ijzertijd vondsten is de eerste
grote ontwikkeling in het gebied rond het jaar 1000 –
1100. De Vlaamse steden komen op en zij hebben heel
veel hout nodig (brandhout, bouwhout en
productiehout).
Tekening Kasteel van Wouw ca.1625. Het Kasteel
was toen reeds in verval.
Overal werden de bossen gekapt en het
hout werd veelal over water afgevoerd. Het Wouwse
gebied was over land heel slecht toegankelijk en er
waren bijna geen oost west verbindingen. De vier Wouwse
beken gingen ten noorden van het Kasteel gezamenlijk
over in de Wouwse beek, die vervolgens over ging in de Wouwse Kreek. Er was dus een directe water
verbinding met zee! De Wouwse kreek lag in het gebied wat we tegenwoordig de Kruislandse kreken
noemen. Met de aanleg van de veenvaart de Zoom werd het zuidelijke water niet meer langs Wouw
afgevoerd, maar via Bergen op Zoom. Eind 15de eeuw verloor de beek ook zijn aansluiting met zee door
de inpoldering van Kruisland. Tot deze inpoldering zijn er archief vermeldingen van water transporten
over de beken naar Wouw.
Waar de Smalle beek
en de Oud beek bij elkaar kwamen bouwde de
Vlamingen in de 11de eeuw een versterking om de
goederenstroom over de beken te controleren en
bewaken.
Tekening Kasteel van Wouw ca.1625. Het Kasteel was
toen reeds verval.
Dit eerste kasteel was een op het veen
opgeworpen zandheuvel met daarop palissade en een
houten toren, een motte kasteel. De houten
stammenfundatie van de motte met toren is recent
terug gevonden. Toen het hout gekapt was ging men
het veen winnen en toen het veen verdwenen was ging
men landbouw bedrijven. Al deze activiteiten waren
voor landheren interessant en na de splitsing van de
het land van Breda tot eind 13de eeuw viel het gebied onder de heer van Wouw (de latere heer van
Bergen). Het gebied was in de 13de eeuw zo belangrijk dat men al belasting (tienden) kon heffen en
dat het kasteel uitgroeide tot een grote stenen burcht. Naast de burcht lag een voorburcht met
schuren en een watermolen om het graan uit het gebied te malen. Eind 13de eeuw werd de watermolen
vervangen door twee windmolens elders in Wouw, de oost- en westmolen. De westmolen is de huidige
molen de Arend.
In de 14de eeuw werd de handel belangrijker en verplaatste de aandacht meer naar de
Tekening van de vesting Wouw in volle glorie ca. 1580.
stad Bergen op Zoom. Eind 15de eeuw komt het gebied in handen
van de Familie Glymes. Zij lieten het “oude” kasteel verbouwen
tot een belangrijk bestuurscentrum met een heus bolwerk er
omheen. Aansluitend bouwde men er in tien jaar tijd een machtig
vestingwerk omheen. Dit pentagonvormig vestingwerk bestond uit
aarden wallen met vier stenen hoektorens, twee grote poortgebouwen
en een extra grote gracht. M en ontving hier belangrijke gasten
als Philips de Schone, Karel de V en Erasmus. De landelijke
politiek werd hier bedreven. Daar wilde de kerkelijke macht ook
bij zijn en vandaar zo een grote kerk in Wouw. Langs de eerder
genoemde beken lagen meerdere versterkte hoven zoals Altena, Smallebeke en de Ouborch.
Tijdens de eerste helft van tachtigjarige oorlog was Wouw continue het middelpunt van de strijd. De
bevolking was gevlucht of vermoord en tien jaar lang leefde er niemand in het gebied. Om aan de
ellende te ontkomen werd in 1605 besloten de vesting Wouw te slechten tegen het kasteel van
Hoogstraten. Dit luidde het verval in van het kasteel. Gedurende de op een volgende eeuwen
verdwenen de gebouwen een voor een tot er in de 19de eeuw slechts een gebouw als boerenhoeve over
was. Dit laatste gebouw werd in 1911 gesloopt. In 1934 werd de motte heuvel met Rijkssubsidie en
werklozen verder geëgaliseerd en werd het gehele terrein gedraineerd en de beken recht getrokken.
In 1992 werd het terrein aangekocht door de gemeente Wouw en in 1996 werd het ingericht als een klein parkje. In
2006 startte twee vrijwilligers met het onderzoek op het terrein. Begonnen werd met non destructieve onderzoeken en
archiefonderzoeken.
Kasteel terrein in 2021
De vrijwilligers groep richtte in 2011 de Stichting Kasteel van Wouw op. Deze stichting kreeg
kort daarna het kasteelterrein in erfpacht. Om een grotere herinrichting te kunnen realiseren werd tussen 2015 en
2018 een archeologisch onderzoek uitgevoerd wat de basis vormde van de vanaf 2021 gerealiseerde herinrichting.
Vanaf 2024 is er een bouwkundig onderzoek naar het kasteel uitgevoerd en dit heeft er voor gezorgd dat er een heel
goed beeld is ontstaan over de ontwikkeling van motte, burcht, vesting en archeologisch monument. Het kasteel en
vestingwerk zijn terug in Wouw. Het project Kasteel van Wouw combineert cultuur historie, waterberging en
-conservering, en ecologische zone. Op dit moment zijn naast de vestingwerken ook de patrijzen, reeën, salamanders,
roofvogels en veel ander natuurschoon weer terug in het gebied. Wees van harte welkom en bezoek het gebied kasteel
van Wouw.
Stichting Kasteel van Wouw